Nieuwe Warmtewet geeft bewoners voorrang bij warmtenetten

Nieuwe Warmtewet geeft bewoners voorrang bij warmtenetten

Warmtegemeenschappen krijgen onder de nieuwe Wet collectieve warmte een voorkeurspositie bij de ontwikkeling van warmtenetten. Volgens Ilonka Marselis, belangenbehartiger van warmtegemeenschappen bij Energie Samen en REScoop.eu, is dat een belangrijke stap richting meer lokaal eigendom en zeggenschap. "Hier is politiek veel draagvlak voor."

Als het gaat over de nieuwe Warmtewet, gaat het vaak over de verdeling tussen publiek en privaat. Publieke partijen krijgen straks een grotere rol in de warmtetransitie. Maar er is nog een derde categorie: de civiele collectieven. Deze warmtebedrijven van bewoners - of eindgebruikers - heten in de nieuwe wet ‘warmtegemeenschappen’.

Nieuwe positie

Warmtegemeenschappen krijgen straks een grote rol in de warmtetransitie, zegt Ilonka Marselis. Ze behartigde de afgelopen jaren hun belangen vanuit de Nederlandse vereniging Energie Samen en de Europese federatie rescoop.eu. “Energiecoöperaties kennen we al wel, met zonneparken of windmolens in gezamenlijk eigendom van boeren. Voor warmte kennen we dat minder, maar de nieuwe Warmtewet maakt dat wel goed mogelijk.”

De Kamer stemde 10 juni in met een motie voor een stimuleringsprogramma voor energie- en warmtegemeenschappen. Daarmee hoopt Marselis op eenzelfde ondersteuning voor warmtegemeenschappen als publieke warmtebedrijven nu al krijgen.

Ongelijk speelveld

Dat wordt wel tijd, vindt Marselis. “De Europese Renewable Energy Directive (RED II) droeg in 2018 al op om energiegemeenschappen toegang tot de markt te geven. Maar in Nederland staan warmtegemeenschappen nu nog 2-0 achter. De Rijksoverheid investeert ruim € 240 miljoen in EBN, dat via de Nationale Deelneming Warmte (NDW) deelneemt in publieke warmtebedrijven. Het kabinet stelde nog eens € 150 miljoen beschikbaar en steunt publieke partijen ook met kennis en financieringsregelingen in het Nationale Programma Lokale Warmtetransitie. Die steun is er niet voor warmtegemeenschappen.”

Scherpe definitie 

Warmtegemeenschappen kregen wel meteen een sterke positie in de nieuwe Warmtewet, met een duidelijke omschrijving en voorwaarden. Een warmtegemeenschap heeft bijvoorbeeld geen winstoogmerk en het eigendom en de zeggenschap liggen bij de eindgebruikers in de nabije omgeving.

“De definitie is bewust heel scherp gehouden, zodat die niet kan worden misbruikt”, zegt Marselis. “De zeggenschap moet bijvoorbeeld gelijk verdeeld zijn. Eén aandeelhouder of investeerder kan dus niet alle beslissingen maken. Deelname is bovendien vrijwillig, iedereen moet in en uit kunnen stappen. Winst maken is ook niet handig, want dat betalen de eindgebruikers met hun eigen tarieven.”

Coöperaties 

De meeste warmtegemeenschappen zijn daarom coöperaties. Bij Energie Samen zijn er op dit moment zo’n zeventig aangesloten. De Lokale Energie Monitor van HIER heeft eind 2025 106 warmteprojecten in beeld, waarvan 40 expliciet als doel hebben om bewoners mede-eigenaar te maken van de warmteoplossing.

Een bekend voorbeeld is het Amsterdamse warmtenet KetelhuisWG op het Wilhelmina Gasthuisterrein, dat eerder dit jaar begon met het leveren van warmte uit de gracht. Een ander voorbeeld is het geplande warmtenet Muidenberg in de gemeente Gooische Meren.

Een bewonerscollectief dat al sinds 2017 aan de weg timmert is Het Traais Energie Collectief in het Brabantse dorp Terheiden. Deze bewoners betrokken al snel een private investeerder die een warmtenet aanlegde met energie uit een exclusief aan dit project gekoppelde windturbine. Juist dat private eigendom van de energiemaatschappij vormt inmiddels een blok aan het been van het bewonerscollectief.

Eigen geld

Dat is volgens Marselis een uitzondering. “De meeste warmtecoöperaties trekken geen private investeerder aan, maar regelen de financiering zelf. Ze maken daarbij vaak gebruik van subsidies, een ontwikkellening uit het Ontwikkelfonds Warmte en geld dat wordt ingebracht door omwonende deelnemers.”

Waar veel private warmteprojecten de afgelopen jaren vaak haperden vanwege onzekerheid over de nieuwe Warmtewet, hadden coöperatieve warmteprojecten daar relatief weinig last van. Ze merkten wel onzekerheid bij gemeenten, zegt Marselis. “Gemeenten waren de afgelopen jaren aan het afwachten hoe de wet eruit kwam te zien en welke rechten en plichten zij kregen.”

Zeggenschap delen 

Gemeenten wijzen warmtekavels aan en regelen andere ondersteuning voor warmtegemeenschappen. Soms geven ze subsidies of leningen voor de ontwikkeling van een warmtenet. In Gooische Meren is de gemeente nu zelfs van plan om een prioriteitsaandeel te nemen en de realisatiekosten te co-financieren.

Ook met netbeheerders kunnen warmtegemeenschappen samenwerken, zegt Marselis. “Een paar gemeenschappen hebben dat verkend, maar het blijft lastig om samen in een bv te gaan en zeggenschap te delen. Het meest voor de hand liggend is om diensten van elkaar over te kopen, zoals de klantenservice, facturatie, technisch onderzoek of van deur tot deur aanbellen. Dan deel je dus niet het eigendom, maar wissel je kennis en expertise uit.”

Ilonka Marselis.
Ilonka Marselis.

Voorrang 

Inmiddels zijn veel gemeenten bezig met de oprichting van een publiek warmtebedrijf. Die concurreren volgens niet met warmtegemeenschappen. Deze gemeenschappen krijgen volgens de Wet collectieve warmte zelfs voorrang op publieke partijen. Marselis: “Als een gemeente een warmtekavel aanwijst, moet zij eerst kijken of er een warmtegemeenschap actief wil worden als warmtebedrijf. Als die gemeenschap er is, moet de gemeente helpen om dat te organiseren.” Dat is volgens Marselis logisch, het gaat om de huizen van die bewoners zelf.

Warmtegemeenschappen hebben bovendien nog een extra achterstand, omdat ze niet zomaar een voordelig warmteproject kunnen selecteren. “Een publiek warmtebedrijf kan kiezen voor zogenoemd laaghangend fruit. Bewoners kunnen alleen aan de slag in de wijk waar zij wonen.”

Vreemd en eigen vermogen 

Nog maar weinig warmtegemeenschappen zijn al begonnen met de aanleg van een warmtenet. Dat heeft ook heel wat voeten in de aarde, vooral vanwege de hoge kosten. “Het is al een hele opgave om de ontwikkelfase door te komen. Als je dan ook nog toestemming krijgt van de gemeente én de businesscase is rond, is er nog financiering nodig.”  

Rendement 

Ook daar hebben warmtegemeenschappen het een stuk moeilijker dan publieke warmtebedrijven. "Een lening van de bank krijg je alleen als daar flink wat eigen vermogen tegenover staat, vaak zo’n 20%”, zegt Marselis. “Bij de aanleg van een warmtenet is dat al snel € 20 miljoen. Publieke bedrijven hebben dat vaak wel op de balans. Die hebben wat je noemt financiële reserves. Dat is niet zo bij warmtegemeenschappen die maar één project doen.”

Energiecoöperaties halen vaak behoorlijk wat geld op bij leden, vindt Marselis. “Daarop geldt dan vaak een laag maatschappelijk rendement, zo’n 4%, onafhankelijk van het bedrijfsresultaat. Zo zijn coöperatieve windparken en zonneparken ook opgebouwd.”  

De coöperatie Rijnland Energie haalde laatst bijvoorbeeld € 1,2 miljoen op voor een gezamenlijke batterij bij hun windmolens. Marselis: “Dat was het dubbele van het streefbedrag, € 600.000. Maar die bedragen zijn nog te weinig voor de aanleg van een warmtenet.” 

“De Rijksoverheid steunt dit eigen vermogen enorm bij publieke warmtebedrijven, met bijvoorbeeld de garantieregeling. Dat geeft ons geen gelijke positie. We zijn hier nu over in gesprek met de Rijksoverheid, want de Kamer heeft breed opgeroepen tot soortgelijke steun voor warmtegemeenschappen.”

Ook BBB en JA21 

De Tweede Kamer stemde tijdens de behandeling van de Wet collectieve warmte al in met verschillende moties en amendementen om het warmtegemeenschappen makkelijker te maken om financiering te regelen.  

De laatste motie over een gericht stimuleringsprogramma voor warmtegemeenschappen kwam van PRO-kamerleden Suzanne Kröger en Sjoukje van Oosterhout en werd 10 juni 2026 gesteund door dertien verschillende partijen. “Ook door BBB, JA21 en VVD”, zegt Marselis. “Hier is politiek veel draagvlak voor.” Ze vindt dat zelf ook niet zo gek, want democratisch eigendom van warmte brengt allerlei voordelen met zich mee. 

“Een warmtegemeenschap geeft directe zeggenschap aan eindgebruikers, met meer grip en controle op hun energierekening. Geld stroomt niet weg, maar blijft in de gemeenschap. En er komt meer vertrouwen in buurten, waar mensen elkaar weer leren kennen en elkaar helpen met zorgen. Die sociale cohesie geeft ontzettend veel spin-off.”

Betere tijden

Om warmtegemeenschappen te steunen bouwde Energie Samen met Europees onderzoeksgeld al een kennisbank, met een uitgebreid stappenplan. “Vroeger moest een coöperatie zelf veel kennis opbouwen. Dan kon alleen als er mensen woonden die heel veel kennis of heel veel tijd hadden. Dat is geen schaalbaar model.” 

De nieuwe Rabo Impact Foundation lanceerde dit jaar het Initiatiefonds Warmte, met in totaal € 2 miljoen aan subsidies voor warmtegemeenschappen om de eerste stappen te zetten. Op de door de motie mogelijk gemaakte extra steun vanuit de Rijksoverheid is het volgens Marselis nog even wachten. Er moet bijvoorbeeld nog extra budget voor komen.

“Van oudsher werkte de overheid voor energie met grote partijen. Nu wordt de energiemarkt steeds decentraler. Wij moeten het kabinet soms herinneren aan de positie die energiegemeenschappen ook volgens de Europese richtlijnen moeten krijgen. Maar als we aangeven dat het beter kan, komt die verbetering er ook wel.”

Katja Keuchenius schrijft als freelance journalist vooral over duurzame innovatie en circulaire economie. Ze interviewt mensen die de samenleving slimmer en verantwoorder willen organiseren. Ze volgde daarvoor de bachelor Algemene Sociale Wetenschappen en de master Journalistiek en Media aan de Universiteit van Amsterdam. Naast Entra publiceert Katja in onder meer Vrij Nederland, Binnenlands bestuur, Down to Earth magazine en Dagblad Trouw.

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.