Situatieve arbeidsongeschiktheid

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

<P><B>Geschil</B><br> Een werknemer heeft vele jaren tot tevredenheid gefunctioneerd. Echter, nadat werknemers kritiek hebben geuit over zijn wijze van leidinggeven, meldt hij zich ziek. Na een aantal bezoeken aan de bedrijfsarts oordeelt deze dat de werknemer "situatief arbeidsongeschikt" is. Een week later wordt de werknemer arbeidsgeschikt verklaard. Na vergeefse gesprekken over een vertrekregeling heeft de werkgever aan de werknemer medegedeeld dat hij weer op het werk wordt verwacht omdat hij arbeidsgeschikt is. De werkgever biedt de werknemer daarbij een coachingstraject aan om een zorgvuldige terugkeer op de werkvloer te waarborgen. De werknemer verschijnt niet op het werk, maar neemt contact op met een advocaat. Uit de second opinion van de verzekeringsarts komt ook naar voren dat de werknemer arbeidsgeschikt was, gelijk het oordeel van de bedrijfsarts. </P> <P>De werknemer heeft loondoorbetaling gevorderd. De rechtbank wijst de vordering deels toe. Vastgesteld wordt dat de werknemer niet ziek is. De rechtbank oordeelt vervolgens dat in een geval van "situationele arbeidsongeschiktheid" zoals het onderhavige, de werkgever meer had kunnen doen om ervoor te zorgen dat de werknemer spoedig zou reïntegreren. Na hoger beroep door de werknemer wijst het Gerechtshof de vordering van de werknemer af. Het Gerechtshof overweegt dat de werknemer arbeidsgeschikt was bevonden door zowel de bedrijfsarts als de verzekeringsarts en dat werkhervatting niet tot gezondheidsschade zou leiden. Het Gerechtshof oordeelt dat sprake is van niet-medische "situationele arbeidsongeschiktheid" en dat de werknemer niet bereid was zijn werk te hervatten. Het feit dat de werknemer zich niet in staat achtte om te werken, is volgens het Gerechtshof niet de maatstaf. Er waren geen omstandigheden voor rekening van de werkgever op basis waarvan de werknemer het werk niet heeft hervat. Het Gerechtshof concludeert op grond van het voorgaande dat de werknemer geen recht op doorbetaling van zijn loon heeft.</P> <P><B>De Hoge Raad</B><br> De Hoge Raad oordeelt dat in een geval als het onderhavige, waarin sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, zich de situatie kan voordoen dat de werknemer zich op grond van (dreigende) psychische of lichamelijke klachten niet in staat acht tot het verrichten van zijn werkzaamheden, hoewel ten aanzien van de arbeidsgeschiktheid geen medische beperkingen kunnen worden vastgesteld, zodat van ziekte geen sprake is. Dit geval wordt wel aangeduid als "situatieve arbeidsongeschiktheid". Vervolgens stelt de Hoge Raad zich de vraag in hoeverre in een dergelijk geval gezegd kan worden dat de werknemer zijn werkzaamheden niet heeft verricht door een oorzaak die voor rekening van de werkgever dient te komen. Naar het oordeel van de Hoge Raad dient de werknemer feiten en omstandigheden te stellen en zonodig aannemelijk te maken. Met andere woorden, de werknemer moet de "situatieve arbeidsongeschiktheid" kunnen onderbouwen voor een geslaagd beroep op loondoorbetaling. De Hoge Raad benadrukt dat de werknemer in geval van "situatieve arbeidsongeschiktheid" is gehouden alle medewerking te verlenen aan inspanningen die erop gericht zijn uit die situatie te geraken. De Hoge Raad oordeelt dat het Gerechtshof dit alles niet heeft miskend, zodat het cassatieberoep wordt verworpen. </P> <P><B>Commentaar</B><br> Dit is de eerste keer dat ons hoogste rechtscollege het begrip "situatieve arbeidsongeschiktheid" heeft gedefinieerd. Uit het arrest blijkt dat het gevallen betreft waarin ten aanzien van de arbeidsgeschiktheid geen medische beperkingen van psychische of fysieke aard kunnen worden vastgesteld. Indien de werknemer arbeidsgeschikt is verklaard en hij stelt een loondoorbetalingsvordering in met een beroep op "situatieve arbeidsongeschiktheid", dan zal hij feiten en omstandigheden moeten stellen op grond waarvan geoordeeld kan worden dat door een oorzaak die redelijkerwijs voor rekening van de werkgever behoort te komen, van hem niet gevergd kon worden dat hij zijn werkzaamheden zou verrichten. Dit alles met het oog op (dreiging van) psychische of lichamelijke klachten van de werknemer. Welke feiten en omstandigheden deze werknemer tegenover het oordeel van de bedrijfsarts en de verzekeringsarts had moeten stellen, komt niet naar voren uit deze uitspraak. Het lijkt een moeilijke opgave. Wellicht dat wordt gedoeld op goed onderbouwde deskundigenberichten die het oordeel van de bedrijfs- en verzekeringsarts ontkrachten, maar dit zal vaak verre van eenvoudig zijn. Naar aanleiding van deze uitspraak zal het derhalve lastiger dan voorheen zijn voor de werknemer om met een beroep op "situatieve arbeidongeschiktheid" doorbetaling van loon te vorderen. </P> <P>Hoge Raad 27 juni 2008, LJN: BC7669 </P> <P>Chris Nekeman</P> <P>Meer interessante en relevante jurisprudentie vindt u in <A href="http://www.kluwershop.nl/or/details.asp?pr=8569">Rechtspraak voor Medezeggenschap</A>.</P>

Lees meer over

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.

Nora - Jouw digitale OR-expert

ORnet chatKrijg direct antwoord op jouw medezeggenschapsvragen met de ORnet chat. Speciaal ontwikkeld voor OR-leden en medezeggenschaps-professionals en gebaseerd op actuele, juridisch gecontroleerde content van ORnet.nl en de boeken Praktijkgids Ondernemingsraden, WOR Tekst & Commentaar en OR Jaarboek.