In het Brabantse dorp Terheijden ligt een warmtenet met 170 aangesloten huishoudens. Energie komt uit een eigen windturbine even verderop. Via een eigen kabel gaat de opgewekte elektriciteit naar een energiehuisje dat met elektriciteit warm water produceert. De warmte kan zelfs worden opgeslagen voor 24 uur.
Private investeerder
Het ligt er allemaal dankzij een bewonerscollectief dat het dorp energieonafhankelijk wilde maken. Ze zetten er in 2017 flink vaart achter en betrokken al snel mkb-energieleverancier Hezelaer als private investeerder in de Traaise Energie Maatschappij (TREM). Toen ging het allemaal rap. Al snel stond er een eigen windmolen langs de A16. Er verrees een warmtecentrale en de eerste straten en enkele nieuwbouwwijken sloten aan. Het warmtenet zou nog flink uitbreiden en energie kon op slimme momenten worden opgeslagen en afgegeven.
“Het ging om meer dan warmte”, zegt Lambert de Haas, voorzitter van het Traais Energie Collectief (TEC). “Met eigen zonneweides, een windmolen en later misschien geothermie wilden wij een heel eigen duurzame, betrouwbare en betaalbare ‘microgrid’ bouwen.” Als de basis van dat net er eenmaal lag, zou het bewonerscollectief het energiebedrijf weer overnemen. In 2020 regelde het collectief officieel het eerste recht op koop van de TREM. Maar daar is het nooit van gekomen.
Skeptisch
Als bewoner van Terheijden - Traai in de volksmond - was De Haas aanvankelijk nog sceptisch over de plannen. “Ik vroeg me af wie erachter zat en hoe dat dan ging werken.” Met die vragen ging hij naar een bewonersbijeenkomst en hij raakte steeds meer betrokken. “Ik vond het verhaal wel kloppen.”
Initiatiefnemer Pim de Ridder was de drijvende kracht achter het lokale energieplan. De Haas: “De Ridder was een ondernemer die er al snel een sociaal gebeuren van wilde maken. Dat heeft hij altijd heel netjes en integer gedaan. Samen met de bewoners.”
Stijgende prijzen

Maar ondertussen veranderde de markt. Prijzen stegen, de nieuwe Warmtewet ontwikkelde zich en marktpartijen trokken hun eigen plan. De Raadhuisstraat, waar De Haas zelf woont, werd nog niet meteen aangesloten op het warmtenet. “Er lag al wel 2,5 kilometer aan warmtenet in de grond, maar het werd steeds duurder om die warmte de individuele huizen binnen te brengen.”
De Haas wijt dat aan stijgende installatiekosten, maar ook aan onverwachte technische uitdagingen in huizen die vele decennia en soms eeuwen geleden zijn gebouwd. “De warmte moet naar het juiste verdeelpunt in het huis worden gebracht, daar waar de buizen het dikste zijn. Dat blijkt in sommige huizen aan de achterkant te zijn en dat is lastig met aaneengesloten gevels. We schatten die kosten eerst op € 2.000 tot € 3.000 per huis. Maar dat werd in sommige gevallen wel € 10.000.”
Ook deed niet iedereen mee, waaronder een woningcorporatie en verschillende bedrijfspanden, zoals een bakker en een snackbar. De Haas: “Je hebt wel minstens 75% nodig. Anders wordt de businesscase onrendabel.”
Haperende investeringen
Maar de grootste verandering in de energieplannen kwam volgens De Haas vanuit de private investeerder Hezelaer, eigenaar van de TREM. Die stopte met investeren. “Ze wilden de financiële verplichtingen overdragen aan het bewonerscollectief”, zegt De Haas. “Maar voor ons alleen was een niet-afgerond project te risicovol om te dragen.”
Een extra lus van het warmtenet tot achter de voetbalvelden werd bijvoorbeeld nooit aangelegd, terwijl het nieuwbouwwijkje daar al wel was klaargemaakt voor een aansluiting. Het warmtenet van deze 85 huizen wordt nu verwarmd met een dieselgenerator. De Haas: “Dat was een tijdelijke oplossing, omdat de aanleg van die lus een half jaar na de oplevering zou gebeuren. Maar dat gebeurde niet.”
De Haas zag meer plannen stranden. “Een geplande investering werd niet gedaan. Er vertrok iemand en de functie werd niet ingevuld.” Rond die tijd werd ook bekend dat Hezelaer werd overgenomen door energiebedrijf Enviem, dat volgens De Haas niet zat te wachten op het vreemde Terheijdense vehikel. Maar hoe de overname en de haperende investeringen precies samenhangen, weet hij niet.
De overname leidde volgens De Haas uiteindelijk tot het afscheid van initiatiefnemer De Ridder. “Hij was directeur geworden van de TREM, maar kwam op deze manier klem te zitten en is vertrokken. Aan alles is af te lezen dat hij dit liever anders had gewild.”
Warmtewet
Ondertussen kregen de plannen voor de nieuwe Wet collectieve warmte (Wcw) steeds meer vorm, die private investeringen in warmtenetten minder aantrekkelijk maakt. “Toen was het helemaal klaar.” De Haas heeft het iemand van Enviem wel eens horen zeggen. “Wij moeten investeren en dan is het maar de vraag wat we daarvan terugzien.”
Dat argument speelt volgens De Haas maar een kleine rol, want het warmtenet in Terheijden telt minder dan 1.500 aansluitingen. De eis voor een publiek meerderheidsbelang geldt dan niet. Ook als het warmtenet in de toekomst groter zou worden, kun je dat volgens De Haas juridisch splitsen.
TEC hield de Warmtewet zelf goed in de gaten en putte er vooral hoop uit. De Haas: “Wij zagen een coöperatief of publiek energiebedrijf wel zitten. Overheden hebben met die Warmtewet ook een soort verplichting gekregen.”
Steekspel
Maar dat viel tegen. Hezelaer, Enviem en TEC staken veel tijd en moeite in contacten met publieke en semipublieke partijen, zoals de gemeente, de provincie en de netbeheerder. “Maar dan komt het steekspel tussen de private investeerder en de semioverheden. En dan is er verschil van inzicht over wat dat mag kosten en hoe dat moet gaan.”
De Haas en zijn medebestuursleden waren niet bij alle gesprekken aanwezig en zagen nooit witte rook. Ook met netbeheerders lukte het niet. “Netbeheerders zijn de aangewezen partij om in warmtenetten te stappen, omdat ze dan investeringen in netverzwaring kunnen beperken. Maar dat lukt toch niet, want het geld komt uit verschillende potjes.”
Teleurgesteld
Een jaar geleden is alsnog de Raadhuisstraat aangesloten op het warmtenet. Maar dat was de laatste activiteit die De Haas voorlopig ziet gebeuren. Het energiecollectief beraadt zich nu op nieuwe stappen, waarschijnlijk gericht op energiebesparing. “Dat is waar wij ooit mee begonnen. We deelden energiebesparingsdozen uit met radiatorfolie, tochtstrips en metertjes voor stroomgebruik. En we lanceerden de Lekcheck, om nieuwbouw op luchtdichtheid te controleren. Dat werd op andere plekken ook overgenomen.”
Als de Warmtewet tien jaar geleden was ingevoerd, was het heel anders gelopen met het TEC, denkt De Haas. Dan waren de bewoners niet op de private sneltrein gesprongen en dan hadden overheden misschien wél de rol gepakt die de Warmtewet hen toebedeelt. Ook al zouden ze dat volgens De Haas eigenlijk nog steeds kunnen en moeten doen. Hij is dan ook erg teleurgesteld. “Er had echt iets moois neergezet kunnen worden.”



















